2546a79b115a19.jpgZonnigheid en de opwekking van blijheden zijn als het handelsmerk van Guldenhemel. Vanaf de zomer 2001 is schilderen voor hem hetzelfde als lachen en plezier maken; dit fijne teute en aangeschoten gevoel gecomprimeerd in een toch behoedzaam omgaan met vlakken, lijnen en kleuren zonder compromissen te hoeven sluiten met een markt. Die instelling leidt bij Guldenhemel tot een in voortdurende opgewektheid gepleegd onderzoek naar het wezen van vormen en structuren. Ooit werd Guldenhemel gestimuleerd door de impressionisten. Van hen leerde hij uiteindelijk vooral hoe hij het niet wilde.

In zijn huidige fase gebruikt hij het Drentse landschap en met name de houtwallen  als vertrekpunt voor zijn schilderijen, niet meer als de gedwongen adept van het impressionisme, maar veel vrijer en intuïtieve gaat hij nu met de beeldmiddelen om. Zijn tijdens dagelijkse wandelingen opgedane landschapsaanzichten zijn met hem eenmaal in zijn atelier aangekomen bijna procesmatig richtinggevend en beeldbepalend in zijn schilderen.

          In zijn schilderijen maakt Gerrit Guldenhemel duidelijk dat oog, gevoel en ervaring misleidende gidsen zijn. Onzekerheden die de schilder tijdens het scheppingsproces besluipen, dringen dwars door de verflagen heen. Aarzelingen, vergissingen en correcties blijven gedeeltelijk zichtbaar. Elk schilderij openbaart een opeenvolging van aftastende handelingen. Het uiteindelijke en ultieme schilderij is volgens Guldenhemel een optelsom van schilderen en overschilderen, toevoegen en wegnemen, uithuilen en opnieuw beginnen, nuanceren, intensiveren, ontmantelen en herstellen.

Het landschap uit zijn jeugdherinneringen en de spanning van zijn kwajongenstijd gebruikt hij als uitgangspunt bij het in beeld brengen van zijn picturale verkenningen, de mogelijkheden en onmogelijkheden, de wenselijkheden en ongewenste neveneffecten.

Hij realiseert zich weliswaar dat na Lascaux het meeste in de schilderkunst wel al in al zijn dimensies onderzocht is, maar toch!  Steeds weer vraagt hij zich af, is dat wat ik hier maak voortgekomen uit een déjà vue, wie of wat inspireert mij hier, ben ik met dit werk bezig als een navolger, een adept of zelfs een kloon van………, waarom doe ik dit. Hij mijdt voor zover mogelijk contact met het werk van andere schilders en stopt met de voltooiing van een werk als hem duidelijk wordt dat hij bezig is om het wiel en de wielen van Kandinsky, Warhol, Alechinsky, Pollock of Haring opnieuw uit te vinden.

Guldenhemel heeft zijn werkelijkheid nu losgekoppeld van de figuratieve schilderkunst. Concrete waarnemingen vanachter Anloo, de Drentse houtwal worden verknipt, gefragmenteerd, opgedeeld, uitvergroot of anderszins vervormd en uit hun vaste verband gerukt. In een deel van zijn werk tast de schilder de illusie van ruimtelijke werking af en onderzoekt hij het objectkarakter van vormen die binnen het platte vlak blijven. Maar ook rusteloze en extraverte schilderijen met landschappelijke verwijzingen maken deel uit van zijn oeuvre. Hoe verschillend de benadering soms ook lijkt, de verbindende factor is terug te vinden in de behoefte van de kunstenaar om de bevindingen van zijn eindeloze zoektocht naar de kern van schilderkunst zo nauwgezet mogelijk te formuleren.

by: drs. Jenneke Dijkstra 2002

Share